Weblog Esther

 
Wat een steen beweegt

Een paar weken geleden kwam een kind uit mijn klas naar me toe tijdens het buitenspelen. Ze had een steen gevonden en vond deze bijzonder. Ze vroeg me waar de steen vandaan kwam. Hier kon ik haar geen antwoord op geven, dus moest ik op onderzoek. Een vriend van me is aardwetenschapper. Aan hem kon ik de steen laten zien. Hij vertelde waar de steen vandaan kwam. Dit verhaal speelde veel met mijn fantasie. Dat wilde ik de kinderen ook gunnen.

De afgelopen tijd waren kinderen in de klas ontzettend veel aan het verzamelen op het plein. Ze waren enthousiast over elke tak of steen die ze vonden. Overal zagen ze nieuwe objecten en kwamen de kinderen met vragen. Maar als we over de gevonden voorwerpen hadden gepraat, dan deden we er niks meer mee. Dat vond ik zonde. De oplossing: een les bedenken met de vondsten.

Gedurende het schooljaar wil ik de kinderen kennis laten maken met verschillend soort verbeeldend materiaal. Voor mij was de combinatie klei met natuurproducten snel gemaakt. Kleuters willen vooral voelen en ervaren.

De kinderen kregen van mij de opdracht om buiten de mooiste takken, bladeren en stenen te verzamelen. Dit deden ze met hartenlust. Sommige kinderen waren niet te stoppen. Het gaf mij een fijn gevoel om hun verzameldrang te omarmen.

Toen ik weer op school was vertelde ik de kinderen dat ik iets heel bijzonders had meegenomen. Toen haalde ik de steen uit het zakje en vertelde dat ik naar een stenentovenaar was geweest. De steen die het kind had gevonden was magisch en kon allemaal wensen laten uitkomen. De kinderen mochten zelf kiezen welke wens ze wilden verbeelden. In de klas lag verschillend materiaal: stiften, krijt en potlood. De kinderen mochten zelf het materiaal kiezen en wisselen tussendoor. Het maakte ook niet uit hoe ze aan de tafel of bij de grond zaten.

Tijdens deze gezamenlijke creatieve les heb ik de prachtige wensen van de kinderen mogen aanschouwen. Van een wens in een wens, veel tomaten eten tot een hondje krijgen, elke wens mag er zijn!

 

De vindingrijkheid van de kleuter

Daarna gingen we de klas in. Ik wilde dat de kinderen tegelijkertijd kleien waren. Het is een mini-test voor de rest van het schooljaar. Uiteindelijk wil ik samen met de kinderen een gezamenlijk groepswerk maken. Toen de kinderen zaten, liet ik de klei zien. Ze waren onder de indruk van de zwaarte van de klei, hoe de klei gesneden werd en wat de klei met mijn handen deed. De kinderen kwamen met allerlei vragen over het materiaal en wat er allemaal mee gedaan kon worden.

Een voor een kwamen de kinderen hun stuk klei halen. Dit vonden ze fantastisch. Alleen al klei vasthouden was een feest. Vanzelf begonnen de kinderen te bekijken wat ze met de klei konden doen. Goed kennismaken met het materiaal was een doel van mij. Dus moesten de kinderen eerst een bal maken. Lukte dat, dan mochten ze zelf bedenken wat ze gingen maken. Een eis: ze moesten aan mij kunnen vertellen wat ze hadden gemaakt. Werkt de verbeelding van de kinderen ook zonder een opdracht?

Dat lukte! Vol enthousiasme storten de kinderen zich op de klei en al het moois wat de natuur ons had gegeven. Met prachtig resultaat!

Een verhaal wat mij verwonderde: een meisje met magische krachten liep in het bos. In het bos woont een vlinder die ook de bijzondere krachten van het meisje wil. De vlinder gaat haar achterna om de krachten te stelen. Dat lukt de vlinder. Dit verhaal is uiteindelijk te zien in het kunstwerk.

Doordat de kinderen de klei hebben leren kennen, kan ik volgende weer een verbeeldende opdracht met context aanbieden. Eerst spelen met het materiaal en dan verder…

 

Hoe zien onze lentekriebels eruit?

Deze week staat in het thema van de lentekriebels. Een behoorlijk abstract begrip voor een 5-jarige. Daarom is een verbeeldende opdracht extra handig om in te zetten. De verbeeldende opdracht van deze week: maak je eigen lentekriebel. Zonder verhaal kan dit natuurlijk niet. 

'In de winter liggen de lentekriebels lekker te slapen in hun hol. Ze houden niet van kou en verstoppen zich dan liever. Zodra de wereld opwarmt worden de lentekriebels wakker. Warmte maakt ze vrolijk. Zo vrolijk dat ze hun holletje uitwillen. Eenmaal uit hun holletje verspreiden de lentekriebels zich. De vrolijkheid willen ze overal uitdelen. Aan plantjes, dieren en mensen. Vaak gaan de lentekriebels in de buik van mensen zitten, zodat iedereen blij wordt. We hoeven niet bang te zijn voor de lentekriebels. Ze zijn juist heel lief voor ons. Hoe de lentekriebels eruitzien, weet niemand. Dat is voor iedereen anders. Hoe ziet jouw lentekriebel eruit?' 

Daar mochten de kinderen aan de slag. De klei van vorige week hielp de kinderen met verbeelden van hun lentekriebel. Samen met kralen, veren, knopen en andere frutsels werden de meest fantastische kriebels gecreëerd. 

Tijdens de creatieve groepslessen krijgen kinderen veel autonomie en competentie. Ze weten wat ze moeten doen en welke materiaal ze mogen gebruiken. Dit zorgt voor een prettige groepssfeer. Ik merk aan kinderen dat ze tijdens deze lessen gelukkig zijn. Daar word ik ook heel gelukkig van. Wat is er mooier dan onderwijs ontwerpen waarin kinderen gelukkig zijn? 

 

De vogels fluiten

De klei is weer uit de kast gehaald voor de wekelijkse creatieve les aan groep 2. We hebben nu kennisgemaakt en iets abstracts gemaakt met klei. Dus deze week tijd voor iets concreets. Waar moet iets concreets aan voldoen? Hoe zorg ik ervoor dat kinderen vrijheid ervaren binnen kaders? Wat leeft er bij kinderen? Vragen die door mijn hoofd schieten wanneer ik een les bedenk.

Dan ploppen de ideeën één voor één binnen. Dan weet ik het: vogels wordt het thema! Daar ligt de interesse van de kinderen. Op het plein tijdens het buitenspelen willen de kinderen alles weten van de vliegende beesten om hen heen. Perfect voor een beeldende opdracht. We gaan vogels kleien.

Dat kan niet zonder de voorkennis van de kinderen te activeren. Het begint met vogels spotten in de pauze. Het enthousiasme ontbreekt niet. De kinderen nemen dit ook mee naar binnen, wanneer we korte filmpjes over de meest voorkomende vogels in Nederland. We kijken goed wat een vogel een vogel maakt. De kinderen vertellen en ik schrijf mee. Een snavel, vleugels, een lijfje en poten: ja, dat is een vogel! Dit zijn de criteria volgens de kinderen. Het zijn de kaders van onze klei-opdracht, ook wel succescriteria genoemd.

Per tweetal krijgen de kinderen twee bolletjes klei. Ze moeten eerst een bal maken van de klei en de twee kleiballen met elkaar vergelijken. Op deze manier koppel ik rekenen aan een beeldende opdracht. Hierbij heb ik hulp gehad van een docent van mij aan de HKU. Naast mijn werk als juf, doe ik de master Kunsteducatie.

De kinderen kunnen aantonen wat het grootste en het kleinste bolletje klei is. Ze mogen door naar het maken van de vogel. Het is een feest om te zien wat kinderen bedenken. De ene vogel krijgt hele grote poten, een ander krijgt een gek snaveltje en weer een andere vogel wordt helemaal versiert met kraaltjes. Elke vogel is anders, maar voldoet wel aan de succescriteria. Vrijheid binnen kaders: het maken van ruimte zodat de kinderen zichzelf mogen laten zien!